News

Soundbyte 107: Jailbird

21 augustus 2013

Je hebt ’t waarschijnlijk al gezien: een lang verhaal. Daarom meteen maar de muziek, dan kun je die er bij aanzetten. Weer een Nederlands bandje, vooral live erug leuk!

Vakantie
Net als bij veel collega’s, is de zomervakantie bij mij het moment om weer eens wat boeken te lezen. We hebben de overstap naar e-readers nog niet gemaakt, dus gaat er naast ontzettend veel kampeer-, wandel- en fietsspullen, ook altijd een doos met boeken mee. De weken voor de vakantie trekken we bij vrienden en familie wat interessante boeken uit de kast, wordt de bibliotheek weer eens met een bezoek vereerd evenals de lokale boekenwinkel (hebben we nog in Arnhem!) en op de avond voor vertrek lopen we de boekenkasten nog ‘ns na op vergeten juweeltjes of boeken die wel gelezen, maar niet uitgelezen zijn (dat hoort natuurlijk niet he?! een boek hoort uitgelezen te worden). Zelf duwde ik vijf minuten voor vertrek het boek “de Oerknal” in de boekendoos; had ik ooit al ‘ns gelezen, maar ik vermoedde dat ik naast 6 romans/thrillers in de vakantie ook nog wel wat behoefte zou hebben aan non-fictie (en vakliteratuur is in de vakantie verboden).

Oerknal
Zoals de titel al wel een heel klein beetje doet vermoeden: het boek gaat over de Oerknaltheorie. Interessante materie natuurlijk, maar wat dit boek zo leuk maakt is dat het vooral gaat over de ontwikkeling van die theorie en alle theorieën die er aan vooraf gingen, beginnend met hoe de oude Grieken al de afstand van de aarde tot de zon wisten te berekenen (3e eeuw voor Christus, in tegenstelling tot wat de meeste mensen denken wisten ze toen echt wel dat de aarde rond is). Hoe die theorieën zich in de loop der tijd ontwikkeld hebben, vind ik mateloos interessant. Toevallige ontdekkingen, correcte voorspellingen die in de vergetelhoek zijn geraakt, wetenschappers die tegelijkertijd onafhankelijk van elkaar met dezelfde theorie komen en vooral: de gevestigde orde die geen afscheid wil nemen van wat ze altijd geloofd hebben, waardoor een nieuwe opvatting soms pas echt geaccepteerd wordt als de oude garde uitgestorven is.

Toeval?
Ik kan uren vertellen over de grappige anekdotes die in dit boek aan bod komen, maar laat ik dat niet doen – je vraagt je waarschijnlijk toch al af waar dit heen gaat. Welnu, de geschiedenis van de oerknaltheorie heeft een aantal keer flink geprofiteerd van een verschijnsel dat serendipiteit wordt genoemd: toevallige ontdekkingen. Je probeert superlijm te maken, dat mislukt jammerlijk maar je wordt wel de uitvinder van de Post-it; van die dingen. De crux is: het gaat niet alleen om toeval. Als Alexander Fleming niet nieuwsgierig had gezocht naar de oorzaak waarom de bacteriecultuur in één petrischaaltje gedood was, maar het (zoals waarschijnlijk velen voor hem) geërgerd had weggegooid, was de grootse ontdekking van penicilline aan z’n neus voorbij gegaan. En om terug te keren naar de oerknal: de ontdekking van de kosmische achtergrondstraling – een belangrijk bewijs voor de oerknaltheorie – werd gevonden omdat twee radio-astronomen (Penzias en Wilson) maar obsessief bleven sleutelen aan hun apparatuur om die irritante ruis er uit te krijgen; uiteindelijk bleek het geen ruis te zijn, maar het ontvangen van de kosmische achtergrondstraling. Het is vrij zeker dat al 2 keer daarvoor een radio-astronoom diezelfde ruis/straling had ontdekt, maar er geen acht op had geslagen omdat ze dachten dat het een mankement in hun apparatuur was. De anekdote gaat nog verder: terwijl Penzias nog gekweld werd door de vraag waar die ruis toch vandaan kwam, kwam hij er op een congres achter dat er een groep wetenschappers bezig was met de bouw van een detector voor kosmische achtergrondstraling. Hij belde hen op en vertelde wat hij gevonden had. Stel je even voor wat voor een teleurstelling en verslagenheid zich van die groep meester gemaakt moet hebben.

Nu heb ik het buskruit niet uitgevonden, maar van min of meer toevallige ontdekkingen tijdens het debuggen van software kan ik behoorlijk meepraten. Hoe vaak gebeurt het niet dat je tijdens het debuggen van een stukje software “iets geks” ziet. Iets dat niks te maken heeft met de bug waarnaar je op zoek bent, maar dat ergens blijft knagen omdat je het niet kunt verklaren. En dan komt het er op aan. Want je hebt er natuurlijk eigenlijk helemaal geen tijd voor om het uit te zoeken. En het hoeft niks te zijn. Je collega’s hebben het ook gezien, maar die doen het af als iets onbelangrijks, iets toevalligs, of ze komen met een halve verklaring die het knagende gevoel alleen maar aanwakkert omdat die verklaring niet sluitend is. Maar je hebt het druk, dus je laat ’t maar zitten.

Om er ’s avonds nog ‘ns naar te kijken en na een uur debuggen tot de ontdekking komt dat het inderdaad een kleinigheid was. Of juist niet. Eindelijk heb je de fout gevonden die tot onverklaarbaar performance-verlies leidde, of die verklaart waarom de applicatie af en toe “opeens” crashte, of die opening bood tot een beschamend security lek. Een euforisch gevoel maakt zich van je meester. Je probeert ’t je vriendin uit te leggen, die reageert wat lauwtjes, maar dit keer kan het je geen bal schelen, want je hebt het gevonden. Dat neemt niemand je meer af.

Serendipiteit. Doorgaan waar anderen stoppen, geen genoegen nemen met halfwassen verklaringen. Je moet er wel een beetje een neus voor hebben, niet alles wat je niet (direct) kunt verklaren leidt tot waanzinnige ontdekkingen – en als je niet oppast raak je er gewoon veel tijd mee kwijt. Aan de andere kant: het past wel goed bij mijn motto dat je geen goede software kunt schrijven als je niet begrijpt hoe het werkt (als je het niet begrijpt, hoe kun je er dan zeker van zijn dat het altijd goed werkt?).

Veel succes en plezier met toevallige ontdekkingen. Laat ’t me weten als je op iets leuks stuit!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *